Het verbergen van je ware zelf

Het verbergen van je ware zelf is niet hetzelfde als je een beetje aanpassen. Dat doen we immers allemaal. Je zegt niet altijd precies wat er als eerste in je opkomt. Je houdt soms iets voor je, verzacht iets, of kiest even voor tact. Daar is op zichzelf niets mis mee. Het wordt pas een probleem wanneer je je spontane reactie niet meer rechtstreeks ervaart, maar die bijna automatisch eerst door een sociaal filter haalt.
Dan voel je iets, denkt iets, of merkt iets op in jezelf, maar nog vóórdat het goed en wel tot je door kan dringen, gaat er al een soort rem op. Kan ik dit wel zeggen? Is dit wel acceptabel? Kom ik dan niet te hard over? Stel ik iemand teleur? Klinkt dit niet raar, kinderachtig, onbeleefd, te gevoelig of te negatief? En pas daarna komt er een aangepaste versie naar buiten.
Dat is voor mij de kern van het verbergen van je ware zelf. Soms kun je ook zeggen: dan zet je als het ware een masker op.
Een beetje aanpassen is nog geen masker
Een beetje aanpassen hoort gewoon bij samenleven. Je hoeft niet op elk moment alles letterlijk te zeggen of uit te drukken. Soms is het heel logisch om je even in te houden. Bijvoorbeeld op je werk, of in een situatie waarin je rekening wilt houden met iemand anders. Ook thuis doen mensen dat. Je hoeft niet over elke kleine afkeer, irritatie of impuls meteen volledig eerlijk te zijn. Dat is dus niet waar ik het hier over heb.
Het verbergen van je ware zelf wordt iets anders wanneer dat aanpassen geen bewuste keuze meer is, maar een automatisme. Wanneer je niet meer eerst voelt wat je eigenlijk zelf vindt, maar meteen al bezig bent met hoe je overkomt. Dan geef je niet meer rechtstreeks jouw ervaring terug aan de wereld, maar een bewerkte versie ervan. Netter, veiliger, zachter, socialer, minder confronterend, minder opvallend.
En hoe vaker dat gebeurt, hoe moeilijker het soms wordt om nog goed te voelen wat jouw eerste reactie eigenlijk was.
Wat er dan verloren kan gaan
Dat is ook waarom het verbergen van je ware zelf zo verwarrend kan zijn. Het is niet altijd heel zichtbaar. Je loopt niet per se toneel te spelen. Vaak zit het juist in kleine dingen. In hoe je iets formuleert. In hoe je iets afzwakt. In wat je inslikt. In hoe je nét iets anders reageert dan je eigenlijk voelde.
Van buitenaf kun je dan heel sociaal, vriendelijk of aangepast overkomen. En dat bén je misschien ook. Maar van binnen kan er toch iets gaan wringen.
Je kunt dan merken dat je minder spontaan wordt. Minder levendig. Minder creatief soms ook. Alsof er steeds iets tussen jou en je eigen impulsen in staat. Je hebt misschien wel contact met anderen, maar toch blijft er een soort afstand. Alsof mensen alleen maar in contact zijn met de versie van jou die eerst door de controlepost heen is gekomen.
En dan kun je je eenzaam voelen zonder precies te begrijpen waarom. De mensen om je heen zijn misschien prima. Het contact is op papier misschien ook prima. En toch ontbreekt er iets. Niet omdat er per se iets mis is met die ander, maar omdat jouw spontane zelf niet helemaal mee mag doen. Alsof je steeds opnieuw een masker opzet nog vóórdat er echt contact kan ontstaan.
Het verbergen van je ware zelf raakt aan je gevoel van zelf
Wat ik hier zo interessant aan vind, is dat het verbergen van je ware zelf uiteindelijk niet alleen gaat over gedrag, maar ook over contact met jezelf. Als jij voortdurend leert om je eerste reactie te corrigeren, te verzachten of te vervangen, dan raak je daar op een gegeven moment ook zelf verder van verwijderd.
Dan wordt de vraag niet alleen: wat durf ik niet te laten zien?
Maar ook: wat voel ik eigenlijk echt nog? Wat vind ik eigenlijk? Waar ligt mijn grens? Wat wil ik wel en niet? Wat raakt mij? Wat stoot mij af? Wanneer ben ik enthousiast, boos, ongemakkelijk, geraakt of opgelucht?
Dat soort dingen lijken soms heel vanzelfsprekend, maar dat zijn ze niet als je gewend bent geraakt om jezelf voortdurend eerst aan te passen.
Hoe zo’n patroon ontstaat
Vaak ontstaat het verbergen van je ware zelf niet zomaar. Meestal heeft het een goede reden gehad. Als kind ben je afhankelijk van je ouders of verzorgers. Je hebt hen nodig. Niet alleen praktisch, maar ook emotioneel. Dus als bepaalde gevoelens, behoeften of reacties niet goed ontvangen worden, dan leer je je daarop aanpassen.
Misschien was jouw boosheid te veel. Of je verdriet. Of je enthousiasme. Of je gevoeligheid. Of je behoefte aan aandacht, troost, ruimte of tegenkracht. Dan leer je niet alleen wat de reactie van de ander is, maar ook wat jij blijkbaar beter wel en niet kunt laten zien.
En omdat contact met je ouders of omgeving voor een kind van levensbelang is, is het heel logisch dat een kind zichzelf gaat beperken om die band veilig te houden. Dat is vaak juist slim. Alleen kan zo’n strategie later blijven doorlopen, ook als die allang niet meer op dezelfde manier nodig is.
Wanneer een masker een gewoonte is geworden
Het lastige is dat je dat zelf niet altijd meteen doorhebt. Juist omdat het zo automatisch is geworden. Je merkt dan misschien wel de gevolgen, maar niet direct de oorzaak.
Je voelt je bijvoorbeeld minder verbonden met je gevoel. Of minder vrij. Minder creatief. Minder uitgesproken. Je hebt het idee dat je jezelf ergens kwijt bent geraakt, maar je kunt er niet goed de vinger op leggen. Je functioneert misschien best goed. Je bent aardig, verstandig, sociaal, meegaand, invoelend. En toch klopt er iets niet helemaal.
Dat kan dus komen doordat je niet meer alleen soms een masker opzet, maar dat het masker de vaste manier is geworden waarop jij met de wereld omgaat.
Hoe IFS hiernaar kijkt
Vanuit Internal Family Systems vind ik dit mooi te begrijpen. In IFS is het Zelf als het ware de zon: het deel van jou waar rust, helderheid, creativiteit, levendigheid en aanwezigheid vandaan komen. Daaromheen kunnen beschermende delen actief zijn, vaak managers, die proberen te voorkomen dat jij in lastige, pijnlijke of beschamende situaties terechtkomt.
Zo’n masker kun je dan zien als een verzameling beschermers die steeds zeggen: zeg het maar niet zo. Maak het wat zachter. Pas je een beetje aan. Houd dit nog even binnen. Zorg dat het veilig blijft. Zorg dat je erbij blijft horen. Zorg dat je niemand afschrikt. Zorg dat je niet afgewezen wordt.
Dat zijn meestal geen kwaadaardige delen. Ze proberen je juist te beschermen. Alleen kunnen ze zo aanwezig worden dat ze als een soort wolk voor de zon gaan hangen. En dan komt jouw spontaniteit, creativiteit en levendigheid minder goed naar buiten. Dat beeld vind ik mooi, omdat het ook iets hoopvols heeft. De zon is niet weg. Hij is alleen uit het zicht geraakt.
Het verbergen van je ware zelf afleren begint niet met jezelf dwingen
Wat ik ook belangrijk vind, is dat je zo’n patroon niet zomaar doorbreekt door tegen jezelf te zeggen: vanaf nu ga ik gewoon helemaal mezelf zijn. Zo werkt het meestal niet. Zeker niet als het oud en diep ingesleten is.
Vaak begint het veel kleiner. Door eerst te gaan herkennen wanneer je iets afzwakt, inslikt, verdraait of sociaal wenselijk maakt. Door nieuwsgierig te worden naar dat moment. Wat wilde ik eigenlijk zeggen? Wat voelde ik vlak daarvoor? Welk deel van mij greep hier in? Waar was dat bang voor?
Dat zijn vaak veel vruchtbaardere vragen dan jezelf verwijten dat je niet authentiek genoeg bent. Want achter het verbergen van je ware zelf zit meestal geen leegte, maar bescherming.
Weer iets meer rechtstreeks worden
Het verbergen van je ware zelf wordt dus pas echt een probleem wanneer je je spontane reactie niet meer rechtstreeks ervaart, maar die automatisch eerst vervormt tot iets sociaal veiligs. Dan raak je niet alleen verder verwijderd van anderen, maar vaak ook van jezelf.
En juist daarom is het zo belangrijk om daar zicht op te krijgen. Niet om vanaf nu bot, impulsief of ongeremd te moeten zijn. Wel om weer iets meer rechtstreeks te mogen voelen wat er in jou leeft, en van daaruit iets eerlijker aanwezig te worden.
Niet perfect ongefilterd. Wel iets minder verborgen.
Heel herkenbaar en ja voor jezelf opkomen is niets mis mee. Weer mooi geschreven. Ik had ook niet anders verwacht.