IFS bij ontrouw: welk deel in jou ging over de grens?

IFS bij ontrouw lijkt misschien niet meteen voor de hand te liggen. Ontrouw is pijnlijk, soms verwoestend. Juist omdat de sterkste emoties in het menselijk leven vaak gaan over menselijke relaties: over liefde, verbinding, intimiteit, veiligheid, vertrouwen en de kwetsbaarheid die ontstaat wanneer je je aan iemand hecht.
Als je een relatie aangaat, geef je iets van jezelf. Je deelt tijd, aandacht, liefde, je lichaam, je leven. Je laat je kwetsbaarheid zien. Je laat iemand dichtbij komen. Juist daarom kan vreemdgaan zo’n enorme klap zijn. Niet alleen omdat er iets seksueels of romantisch is gebeurd met een ander, maar omdat er iets is gebroken in de band die jullie samen hadden.
Het voelt vaak als verraad. Verraad van vertrouwen. Verraad van integriteit. Verraad van de kwetsbaarheid die je aan de ander hebt gegeven. En soms ook als verraad naar het gezin, de kinderen, de omgeving of het gezamenlijke leven dat jullie hebben opgebouwd.
Dat vreemdgaan niet de schoonheidsprijs wint, daar zijn we het denk ik snel over eens. En toch zijn het ook allemaal mensen. Het gebeurt. Soms vaker dan we zouden willen. En als het gebeurt, komt vroeg of laat de vraag: wat nu?
Marcel begrijpt zichzelf niet
Marcel zegt dat hij van Floortje houdt. En als je hem ziet praten, geloof je dat ook. Hij wil haar niet kwijt. Hij wil geen dubbelleven. Hij wil geen man zijn die liegt, appjes verbergt en ondertussen thuis doet alsof er niets aan de hand is.
En toch is dat precies wat er gebeurde.
Maandenlang appte hij met een andere vrouw. Eerst onschuldig, zegt hij. Een grapje hier, een compliment daar. Daarna werd het spannender. Flirteriger. Seksueler. Hij wist dat hij over een grens ging, maar op de een of andere manier leek die grens op dat moment minder echt dan later. Pas achteraf, als hij naast Floortje op de bank zat, voelde hij de schaamte.
“Waarom ga ik vreemd?” vraagt hij zichzelf af. “Ik hou toch van haar?”
Dat is precies het verwarrende aan ontrouw. Soms is er niet één helder antwoord. Niet één simpele verklaring. Niet alleen lust, niet alleen aandacht, niet alleen een slechte relatie. Soms lijkt het alsof verschillende delen van iemand op verschillende momenten iets anders willen.
In mijn vorige artikel schreef ik al uitgebreider over die verwarring: waarom ga ik vreemd terwijl ik van mijn partner hou?. In dit artikel kijk ik daar verder naar vanuit IFS: welk deel in iemand kan over de grens gaan, terwijl een ander deel oprecht van de partner houdt?
Een deel van Marcel wil trouw zijn. Dat deel houdt van Floortje, wil haar beschermen en wil een goed leven met haar opbouwen. Maar er is ook een ander deel. Een deel dat zich gezien wil voelen. Dat spanning zoekt. Dat even niet de betrouwbare partner, vader of volwassen man wil zijn. Een deel dat misschien niet eens zozeer weg wil bij Floortje, maar weg wil bij een gevoel in zichzelf.
En juist daar kan Internal Family Systems, oftewel IFS, interessant worden. Niet om Marcels gedrag goed te praten, maar om te onderzoeken welk deel in hem op dat moment de leiding nam.
Wat doe je als iemand is vreemdgegaan?
Je kunt zeggen: we gaan uit elkaar. Dat kan een heel duidelijke en terechte keuze zijn. Soms is het vertrouwen zo beschadigd dat verdergaan niet meer klopt. Soms wil of kan iemand niet verder. Soms is de grens bereikt.
Je kunt ook zeggen: we willen hiernaar kijken. We willen begrijpen wat er is gebeurd. Niet om het goed te praten, maar om te onderzoeken of er nog iets te herstellen valt. Maar hoe doe je dat dan?
Wat ik vaak zie bij vreemdgaan, is dat degene die vreemdgaat zelf niet goed weet waarom het is gebeurd. Natuurlijk kan iemand wel iets noemen. Irritatie over de partner. Seks die niet meer is wat het geweest is. Behoefte aan aandacht. Spanning. Het moment. Een gevoel van verleiding. Eenzaamheid. Onvrede.
Maar vaak zit daar nog iets onder. Iets waar iemand zelf nog niet helemaal bij kan.
En opvallend genoeg heeft de partner die niet is vreemdgegaan soms wél een vermoeden. Die voelde misschien al langer dat er iets niet klopte. Die had intuïtief iets door, maar heeft dat weggestopt uit loyaliteit, hoop of vertrouwen. Omdat je niet meteen wantrouwend wilt zijn. Omdat je iemand van wie je houdt niet zomaar wilt verdenken.
Daarom denk ik dat een van de eerste vragen is: wat komt er als eerste in je op?
Niet alleen bij degene die vreemdging, maar bij allebei.
Wat denk jij zelf dat hier speelde? Wat voelde je al? Wat wist je misschien ergens al, zonder dat je het hardop durfde te zeggen? Daar hoeft geen professioneel oordeel in te zitten. Er is geen goed of fout antwoord. Maar in die eerste ingevingen zit vaak waardevolle informatie.
IFS bij ontrouw: niet één ik, maar meerdere delen
Vanuit Internal Family Systems kijk je niet naar jezelf als één eenduidig geheel. Je gaat ervan uit dat een mens uit verschillende innerlijke delen bestaat. Delen met eigen gevoelens, behoeften, angsten, herinneringen en beschermingsmechanismen.
Bij ontrouw kan dat heel verhelderend zijn.
Want vaak is het niet zo simpel als: “Ik hou niet meer van mijn partner” of “Ik ben gewoon slecht” of “Ik ben nu eenmaal onbetrouwbaar.” Soms is er één deel dat oprecht trouw wil zijn. Dat deel houdt van de partner. Dat deel wil het gezin niet beschadigen. Dat deel wil betrouwbaar zijn, eerlijk zijn, een goede man, vrouw of partner zijn.
Maar er kan ook een ander deel zijn. Een deel dat iets mist. Een deel dat zich ongezien voelt. Een deel dat spanning zoekt. Een deel dat erkenning wil. Een deel dat zich weer aantrekkelijk wil voelen. Een deel dat status zoekt. Een deel dat niet wil voelen hoe leeg, afgewezen, mislukt of afhankelijk het zich eigenlijk voelt.
En dat deel kan ineens veel invloed krijgen.
Dat betekent niet dat vreemdgaan “dus niet jouw schuld” is. Het betekent ook niet dat je kunt zeggen: “Dat was mijn deel, niet ik.” Zo werkt het niet. Jij blijft verantwoordelijk voor je gedrag. Maar IFS kan wel helpen om te begrijpen welk innerlijk mechanisme er actief werd.
Niet om vreemdgaan goed te praten, maar om eerlijker te kijken naar wat er gebeurde.
Nieuwsgierigheid is niet hetzelfde als goedpraten
Dat is misschien meteen het ingewikkelde aan IFS bij ontrouw. Want aan de ene kant is ontrouw echt pijnlijk. Het kan enorm veel schade doen. Het kan vertrouwen breken, veiligheid aantasten en een relatie ontwrichten.
Aan de andere kant vraagt IFS juist om nieuwsgierigheid, compassie en openheid naar de delen die betrokken waren.
Dat kan bijna tegenstrijdig voelen. Alsof je met compassie kijkt naar iets wat eigenlijk gewoon verkeerd was. Maar die twee dingen kunnen naast elkaar bestaan.
Je kunt zeggen: wat er gebeurd is, was pijnlijk en niet oké.
En je kunt óók zeggen: laten we nu onderzoeken waarom het gebeurde.
Compassie betekent niet dat de boosheid van de ander weg moet. Compassie betekent niet dat de partner die gekwetst is ineens begripvol, mild en therapeutisch moet reageren. Dat is juist een grote valkuil.
Als jij bent bedrogen, hoef je niet meteen nieuwsgierig te zijn naar het innerlijke kind van je partner. Je hoeft niet boven je boosheid te gaan staan. Je hoeft niet zorgzaam te worden naar degene die jou pijn heeft gedaan. Je mag boos zijn. Je mag gekwetst zijn. Je mag afstand willen. Je mag eerst naar je eigen systeem luisteren.
Bij IFS is het niet de bedoeling dat je als gekwetste partner de therapeut gaat spelen van de vreemdgaande partner. Juist niet. Ieder onderzoekt zijn of haar eigen systeem, het liefst onder begeleiding van een professionele therapeut. Zeker bij vreemdgaan, waar pijn, woede, schaamte, vertrouwen en hechting zo door elkaar kunnen lopen, is het helpend als iemand het proces kan begeleiden en dragen.
De valkuil van de zorgende partner
Juist bij ontrouw kan er een scheve dynamiek ontstaan. De partner die gekwetst is, wil soms zó graag begrijpen wat er gebeurd is, dat hij of zij in een soort zorgende rol terechtkomt. Alsof het nu de taak wordt om de ander te helpen groeien, helen, voelen, praten en veranderen.
Dat kan op het eerste gezicht liefdevol lijken, maar het kan ook iets codependents krijgen. De aandacht verschuift dan van de pijn van de gekwetste partner naar het innerlijke proces van degene die vreemdging.
Dan gaat het ineens over zijn gemis, haar jeugd, zijn schaamte, haar behoefte aan aandacht, zijn innerlijke kind, haar bindingsangst. En natuurlijk kan dat allemaal belangrijk zijn. Maar het mag niet betekenen dat de gekwetste partner zichzelf overslaat.
De vraag is dus niet alleen: welk deel in jou ging vreemd?
De vraag is ook: wat gebeurt er nu in mij, als partner die dit moet verwerken?
Is er woede? Paniek? Verdriet? Schaamte? Vernedering? Wantrouwen? Een deel dat wil vechten? Een deel dat wil vluchten? Een deel dat wil begrijpen? Een deel dat de relatie meteen wil redden? Een deel dat zegt: ik wil hier nooit meer doorheen?
Ook dát hoort bij IFS.
Niet alleen de dader heeft delen. De gekwetste partner ook.
Was het een afleider?
Binnen IFS wordt vaak onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten beschermende delen. Managers proberen het leven in goede banen te leiden. Ze plannen, controleren, vermijden risico’s en houden de boel netjes. Ze proberen te voorkomen dat je in pijn, schaamte of chaos terechtkomt.
Afleiders werken anders. In IFS worden ze ook wel firefighters genoemd: delen die snel in actie komen als er iets pijnlijks dreigt door te breken. Ze willen niet rustig analyseren, maar blussen. Ze willen weg van het gevoel. Weg van schaamte, afwijzing, leegte, falen of kwetsbaarheid.
Bij vreemdgaan is vaak zo’n afleider actief.
Niet omdat die afleider een goed plan heeft. Niet omdat hij rekening houdt met je partner, je relatie of de gevolgen. Een afleider zoekt vooral onmiddellijke verlichting. Spanning. Bevestiging. Seks. Aandacht. Macht. Ontsnapping. Het gevoel dat je weer leeft, weer begeerd wordt, weer even los bent van alles wat knelt.
Bij Marcel was het waarschijnlijk niet het deel dat van Floortje af wilde. Het was eerder een deel dat weg wilde bij iets in zichzelf. Een deel dat actief werd zodra hij zich afgewezen, saai, mislukt of opgesloten voelde. Niet omdat vreemdgaan een goede oplossing was, maar omdat dat deel snel iets zocht wat spanning, schaamte of leegte kon verdoven.
Dat deel dacht niet aan Floortje, aan vertrouwen of aan de gevolgen. Dat deel dacht maar één ding: ik wil hier weg. Ik wil iets voelen. Ik wil mij weer begeerlijk voelen. Ik wil niet bij dit nare gevoel blijven.
Daarmee wordt vreemdgaan geen excuus, maar wel een ingang. Want als Marcel alleen zegt: “Ik was stom,” leert hij weinig. Als hij kan onderzoeken welk deel in hem op dat moment de leiding nam, komt er misschien iets aan het licht waar hij wél verantwoordelijkheid voor kan nemen.
Welk kwetsbaar deel wordt beschermd?
Als er een afleider actief is, beschermt die meestal iets kwetsbaars. In IFS wordt zo’n kwetsbaar deel vaak een exile genoemd: een verbannen deel. Een deel dat pijn, schaamte, eenzaamheid, minderwaardigheid, afwijzing of oude kwetsuren draagt.
Bij vreemdgaan kan zo’n onderliggend deel bijvoorbeeld denken:
“Ik ben niet aantrekkelijk genoeg.”
“Ik ben niet belangrijk.”
“Ik word toch verlaten.”
“Ik ben mislukt.”
“Ik zit vast.”
“Ik mag niets meer voor mezelf willen.”
“Ik ben alleen nog maar partner, ouder of kostwinner.”
“Ik besta niet meer als begeerlijk mens.”
Dat zijn geen excuses. Maar het zijn wel mogelijke ingangen.
Want als je alleen naar het gedrag kijkt, zie je: iemand ging vreemd. Als je naar de delen kijkt, kun je gaan zien: welk deel nam het over, en wat probeerde dat deel te voorkomen of te krijgen?
Daar begint het onderzoek.
De belangrijkste vraag is niet: hoe kon je dit doen?
Natuurlijk is “hoe kon je dit doen?” een begrijpelijke vraag. Soms moet die vraag er ook gewoon uit. De woede, de wanhoop en de verbijstering zijn echt.
Maar als je verder wilt onderzoeken, kom je uiteindelijk bij andere vragen terecht.
Welk deel van jou ging over de grens?
Wat voelde dat deel vlak daarvoor?
Waar was het naar op zoek?
Wat wilde het niet voelen?
Waartegen probeerde het jou te beschermen?
Welk kwetsbaar deel zit daaronder?
En wat heeft dat kwetsbare deel eigenlijk nodig, zonder dat je daarvoor je partner hoeft te verraden?
Dat laatste is belangrijk. Want het doel is niet dat een deel verdwijnt. Het doel is dat je leert luisteren naar wat het probeert te zeggen, voordat het de boel overneemt.
Misschien is er echt meer aandacht nodig. Meer eerlijkheid. Meer autonomie. Meer seksualiteit. Meer erkenning. Meer ruimte om boos of kwetsbaar te zijn. Meer gesprek over gemis. Meer contact met oude pijn.
Maar dan moet dat op een volwassen manier naar voren komen. Niet via geheimen, verraad of een dubbelleven.
Hoe je zo’n deel concreet kunt onderzoeken, vraagt om een zorgvuldige oefening. Daar kom ik in een volgend artikel op terug. Voor nu is vooral belangrijk: vreemdgaan ontstaat zelden uit één simpele reden. Vaak is er een heel innerlijk systeem actief, met delen die trouw willen zijn, delen die iets missen en delen die pijn of schaamte proberen te vermijden.
IFS vraagt geen excuus, maar verantwoordelijkheid
IFS bij ontrouw is geen manier om schuld weg te poetsen. Het is ook geen techniek om de gekwetste partner sneller mild te krijgen. Daarvoor is ontrouw te pijnlijk. Wie is bedrogen, hoeft niet meteen begripvol te zijn. Boosheid, wantrouwen, verdriet en afstand kunnen allemaal terecht zijn.
Maar als iemand werkelijk wil begrijpen waarom hij of zij vreemdging, is “het gebeurde gewoon” meestal niet genoeg. Dan moet je verder durven kijken dan spijt, schaamte of zelfhaat. Niet om jezelf vrij te pleiten, maar om eerlijk te zien welk deel in jou de leiding nam.
Bij Marcel betekent dat: niet alleen zeggen dat hij van Floortje houdt. Niet alleen beloven dat het nooit meer gebeurt. Niet alleen zichzelf haten om wat hij heeft gedaan. Hij zal moeten onderzoeken welk deel in hem over de grens ging. Welk deel spanning zocht. Welk deel bevestiging nodig had. Welk deel weg wilde bij schaamte, leegte, sleur, afwijzing of het gevoel vast te zitten.
Want zolang Marcel dat deel niet kent, blijft het ondergronds invloed houden. Dan kan hij wel trouw willen zijn, maar weet hij nog steeds niet wat hem kwetsbaar maakt voor geheimen, verleiding of ontsnapping.
IFS maakt vreemdgaan niet minder pijnlijk. Het maakt het ook niet minder verantwoordelijk. Maar het kan wel zichtbaar maken dat ontrouw vaak niet begint op het moment dat iemand met een ander in bed belandt, of een bericht stuurt dat hij beter niet had kunnen sturen. Het begint vaak eerder. Bij iets wat niet gevoeld wordt. Niet gezegd wordt. Niet erkend wordt. Niet gedragen wordt.
En precies daar ligt de echte verantwoordelijkheid.
Niet alleen: sorry dat ik je pijn heb gedaan.
Maar ook: ik ga leren kennen welk deel in mij dit deed, zodat ik jou én mezelf niet opnieuw hoef te verraden.
Heel mooi geschreven.
Dankjewel!