Internal Family Systems

IFS of structurele dissociatie: wanneer zijn innerlijke delen meer dan een metafoor?

“Je hoeft niet meer terug te komen.”

Dat kreeg Anouk te horen op haar werkplek in de lunchroom, waar ze al meer dan een halfjaar met veel plezier werkte. Ze bediende mensen, maakte praatjes en deed haar best om alles goed te doen. Daar lag het niet aan. Ze wilde juist laten zien dat ze het aankon.

Maar die middag was ze veranderd in Puck. Een klein meisje in haar systeem dat alleen maar wilde spelen, zingen en vrolijk door de ruimte riep. Precies op dat moment kwam er iemand binnen die haar zo zag. Die schrok van wat er gebeurde. Later werd Anouk ter verantwoording geroepen.

“Zo gaat het nu altijd,” zei Anouk. “Ik doe enorm mijn best. Ik zet me helemaal in. Maar juist op de onhandigste momenten switch ik toch weer. Ik vind het gewoon niet eerlijk. Ik doe zo mijn best, maar de wereld lijkt er geen geduld voor te hebben.”

Anouk leeft met een dissociatieve identiteitsstoornis, een van de bekendste vormen van structurele dissociatie. Dat is niet hetzelfde als “veel kanten van jezelf hebben”. Het is een ernstige vorm van dissociatie waarbij iemand verschillende identiteitsdelen kan ervaren, met eigen gevoelens, reacties, herinneringen of gedragingen. Zulke switches zijn niet zomaar vrijwillig te sturen en kunnen grote gevolgen hebben voor werk, relaties en dagelijks functioneren.

Niet ieder innerlijk deel is een dissociatieve stoornis

Tegelijk wordt er tegenwoordig steeds vaker gewerkt met innerlijke delen. Bijvoorbeeld binnen Internal Family Systems, kortweg IFS. Daarin ga je ervan uit dat mensen niet één vlakke persoonlijkheid hebben, maar verschillende delen: een kritisch deel, een jong deel, een beschermend deel, een boos deel, een deel dat wil pleasen, een deel dat wil vluchten.

Dat kan enorm behulpzaam zijn. Je hoeft jezelf dan niet meer als één tegenstrijdig geheel te begrijpen. Je kunt gaan zien: een deel van mij wil dit, een ander deel is bang, weer een ander deel probeert controle te houden.

Maar daardoor ontstaat soms ook verwarring. Want wanneer zijn die delen gewoon een manier om jezelf beter te begrijpen? En wanneer gaat het om structurele dissociatie, zoals bij DIS of andere trauma-gerelateerde dissociatieve klachten?

Het korte antwoord: bij IFS zijn delen meestal een therapeutische manier van kijken. Bij structurele dissociatie zijn delen veel meer een onvrijwillige organisatie van de persoonlijkheid, vaak ontstaan rond trauma, waarbij delen minder goed met elkaar verbonden zijn.

KenmerkInternal Family Systems (IFS)Structurele dissociatie, bijvoorbeeld DIS
Aard van de delenEen therapeutische lens om de gezonde, veelzijdige menselijke psyche te begrijpen.Een onvrijwillige, gefragmenteerde organisatie van de persoonlijkheid, ontstaan als overlevingsmechanisme.
OorsprongNatuurlijke psychologische ontwikkeling. Ieder mens heeft verschillende innerlijke delen.Vaak een reactie op trauma, vooral wanneer ervaringen te veel waren om als één geheel te verwerken.
ContinuïteitMeestal hoog. Je kunt delen herkennen, maar blijft doorgaans voelen: dit hoort bij mij.Lager. Bruggen tussen toestanden kunnen ontbreken, wat kan leiden tot vervreemding, tijdsverlies of geheugenlacunes.
Controle en gedragVrijwillige verkenning. Delen worden bewust onderzocht.Onvrijwillige switches kunnen gedrag en dagelijks functioneren verstoren, zoals bij Anouk.

Wat doet Internal Family Systems?

Internal Family Systems vertrekt vanuit het idee dat ieder mens verschillende delen in zich heeft. Een deel van jou wil contact. Een ander deel houdt afstand. Een deel wil risico nemen. Een ander deel wil veiligheid. Een deel voelt zich klein. Een ander deel doet stoer.

Dat is niet pathologisch. Het is juist menselijk.

IFS kan helpen om die delen niet langer te bestrijden, maar ernaar te luisteren. Wat probeert dit deel te beschermen? Waar is het bang voor? Wat heeft het nodig? Welke last draagt het?

Daarbij wordt binnen IFS vaak gewerkt vanuit het Zelf: een innerlijke houding van kalmte, compassie, nieuwsgierigheid, helderheid en moed. Niet om delen weg te krijgen, maar om ze beter te leren kennen en uiteindelijk te ontlasten.

Ook bij trauma kan IFS waardevol zijn. Juist omdat het taal geeft aan innerlijke verdeeldheid. Maar IFS is niet hetzelfde als een diagnose. Het feit dat je jezelf herkent in delen betekent niet automatisch dat je een dissociatieve stoornis hebt.

Traumadelen: waar IFS en structurele dissociatie elkaar raken

Als je last hebt van pijn, schaamte of angst waar je moeilijk bij kunt komen, kan Internal Family Systems heel nuttig zijn. IFS helpt om zulke delen niet te benaderen met oordeel of dwang, maar met compassie, nieuwsgierigheid en geduld. Juist die open, empathische houding van het Zelf maakt de methode bijzonder geschikt voor het werken met kwetsbare delen.

Maar precies daar ontstaat ook de verwarring. Soms gaat het niet alleen om een deel dat je een naam hebt gegeven of beter hebt leren herkennen. Soms is er sprake van echte afsplitsing: van structurele dissociatie. Het één sluit het ander niet uit.

Dat is niet erg. Het betekent niet dat je meteen een diagnose hebt. Maar het is wel belangrijk om hier de juiste begeleiding bij te krijgen en er niet alleen mee rond te blijven lopen.

Wat is structurele dissociatie?

Structurele dissociatie betekent dat bepaalde delen van de persoonlijkheid onvoldoende geïntegreerd zijn. Niet alleen als gedachte of metafoor, maar in de manier waarop iemand zichzelf, herinneringen, emoties en gedrag ervaart.

Bij trauma kan het gebeuren dat verschillende overlevingssystemen als het ware los van elkaar komen te staan. Een deel houdt het dagelijks leven draaiend. Een ander deel draagt angst, bevriezing, woede, schaamte of kinderlijke behoefte. Weer een ander deel kan gericht zijn op aanpassen, vechten, vluchten of verdoven.

Het probleem is dan niet alleen dat iemand “verschillende kanten” heeft. Het probleem is dat die kanten elkaar niet altijd kunnen bereiken. Wat het ene deel weet, voelt of wil, is voor het andere deel soms nauwelijks toegankelijk.

Daardoor kan iemand zich achteraf vervreemd voelen van wat er gebeurde. Alsof een andere versie van zichzelf het heeft gedaan. Soms is er ook geheugenverlies, tijdsverlies of het gevoel dat bepaalde gebeurtenissen niet echt van jou zijn.

Bij dissociatieve identiteitsstoornis is die fragmentatie het meest uitgesproken. Er zijn dan meerdere identiteitsstaten die het bewustzijn en gedrag kunnen overnemen. Bij andere vormen van structurele dissociatie kan het subtieler zijn: iemand ervaart dan wel traumadelen of sterk afgescheiden toestanden, maar niet per se duidelijk herkenbare andere identiteiten.

Dissociatie is vaak minder zichtbaar

Het verhaal van Anouk is echt, al zijn Anouk en Puck niet haar echte namen. In haar geval werd de dissociatie zichtbaar voor de buitenwereld, omdat Puck naar voren kwam op een moment waarop anderen het zagen. Dat maakt haar verhaal heel concreet. Je ziet meteen: dit is niet alleen een innerlijke metafoor, dit heeft gevolgen in het dagelijks leven.

Maar dissociatie komt lang niet altijd zo duidelijk naar voren. Veel dissociatieve problematiek is juist subtieler. Iemand kan last hebben van leegte, depersonalisatie, tijdsverlies, plots verlies van vaardigheden, stemmingsbreuken, schaamte-episodes, het gevoel “ik was er niet helemaal bij”, of achteraf niet begrijpen waarom hij of zij iets deed.

Voor de buitenwereld ziet dat er soms uit als wisselvalligheid, vermoeidheid, overprikkeling, terugtrekgedrag of onverklaarbare stemmingsveranderingen. Voor de persoon zelf kan het voelen alsof er gaten vallen in de eigen ervaring. Alsof bepaalde gevoelens, herinneringen of vermogens ineens niet bereikbaar zijn.

Dat maakt het ingewikkeld. Niet iedereen met dissociatieve klachten heeft duidelijke identiteitsdelen zoals Anouk. En niet iedereen die met innerlijke delen werkt, heeft dissociatieve klachten. Juist daarom is het belangrijk om zorgvuldig te blijven kijken: hoeveel verbinding is er nog tussen de verschillende toestanden, herinneringen en delen van jezelf?

Het verschil zit vaak in continuïteit

Een belangrijk verschil zit in de mate van continuïteit.

Bij Anouk zie je wat er gebeurt als die continuïteit onder druk komt te staan. Puck voelt niet alleen als een speels kinddeel waar Anouk over kan nadenken of contact mee kan maken. Puck kan op sommige momenten echt naar voren komen, ook wanneer Anouk dat zelf niet wil. Voor de buitenwereld kan dat verwarrend zijn. Voor Anouk zelf is het vooral ontregelend en pijnlijk.

Als je met IFS werkt zonder ernstige structurele dissociatie, kun je bijvoorbeeld zeggen: “Er is een kinddeel in mij dat wil spelen.” Maar meestal weet je nog steeds dat jij het bent. Je hebt toegang tot je volwassen perspectief. Je kunt terugkijken en herkennen: dit was mijn speelse deel, mijn boze deel, mijn gekwetste deel.

Bij structurele dissociatie ligt dat anders. Dan kan een deel zo sterk naar voren komen dat andere delen tijdelijk minder bereikbaar zijn. Iemand kan achteraf minder goed begrijpen wat er gebeurde, zich er nauwelijks mee identificeren, of stukken herinnering missen.

Natuurlijk is geheugen bij iedereen afhankelijk van stemming en context. Als je somber bent, herinner je je makkelijker sombere dingen. Als je vrolijk bent, voelt een andere versie van jezelf dichterbij. Ook gezonde mensen kennen dus toestandsafhankelijk geheugen.

Maar bij structurele dissociatie is die scheiding sterker. De bruggen tussen de toestanden zijn minder stevig.

Je krijgt geen structurele dissociatie doordat je IFS doet

Dit is belangrijk: als je eerst één duidelijk gevoel van jezelf had, en je bent daarna met IFS gaan werken, dan heb je niet ineens een dissociatieve identiteitsstoornis gekregen.

Je bent jezelf dan waarschijnlijk anders gaan begrijpen. Je hebt taal gevonden voor innerlijke tegenstrijdigheid. Je bent gaan merken dat je verschillende kanten hebt die elkaar soms tegenspreken.

Dat kan intens voelen. Soms zelfs alsof je uit meerdere personen bestaat. Maar dat is niet hetzelfde als een dissociatieve stoornis waarbij delen onvrijwillig overnemen, herinneringen afgescheiden raken en het dagelijks functioneren ernstig wordt verstoord.

IFS kan delen zichtbaar maken. Het veroorzaakt geen structurele dissociatie. Sterker nog: IFS kan juist bijdragen aan de integratie van die verschillende delen. Doordat je met IFS de onderliggende pijn kunt verzachten, kan er meer interne harmonie ontstaan, waardoor gevoelens van gefragmenteerdheid uiteindelijk juist afnemen.

Structurele dissociatie loop je niet op doordat je met innerlijke delen werkt. Het ontstaat niet doordat je een methode gebruikt, delen een naam geeft of op een andere manier naar jezelf leert kijken. Structurele dissociatie ontstaat als reactie op trauma.

Wanneer zoek je ondersteuning?

Als je je zorgen maakt over dissociatie, over afgescheiden delen, of over wat IFS bij je oproept, is het raadzaam om professionele ondersteuning te zoeken. Niet omdat je jezelf meteen een diagnose hoeft te geven, maar juist omdat je dit soort zorgen niet alleen hoeft te dragen.

Dat geldt natuurlijk helemaal wanneer je last hebt van dissociatieve klachten. Maar ook als je merkt dat werken met delen veel oproept, of als je onzeker wordt over wat je ervaart, kan het helpen om dit te bespreken met een therapeut of andere professional die verstand heeft van trauma, dissociatie of zorgvuldig werken met innerlijke delen.

Een mens bestaat uit delen, maar niet elk deel is een stoornis

Het lastige is dat de grens niet altijd scherp voelt. IFS en structurele dissociatie gebruiken allebei taal over delen. Beide kunnen gaan over jonge delen, beschermers, traumadelen en innerlijke conflicten.

Maar de vraag is niet alleen: “Heb ik delen?” Die vraag is bijna altijd ja. De betere vraag is: hoe verbonden zijn die delen met elkaar?

Kun je erbij blijven terwijl een deel actief wordt? Kun je achteraf begrijpen wat er gebeurde? Is er een gevoel van continuïteit? Of raak je de draad kwijt, verlies je tijd, en voelt het alsof een ander deel buiten jouw bereik handelt?

Daar zit vaak het verschil.

Daarom is Anouk niet zomaar een voorbeeld uit de inleiding. Haar verhaal laat zien waarom het verschil ertoe doet. Als je haar situatie zou bekijken als “gewoon een innerlijk kinddeel”, mis je hoe groot de ontregeling kan zijn. Maar als je ieder innerlijk deel meteen als stoornis ziet, maak je normale innerlijke verdeeldheid onnodig zwaar.

Anouk wil juist heel graag meedoen. Ze wil werken, iets bijdragen, anderen helpen. Maar haar innerlijke systeem laat het niet altijd toe. Puck komt soms naar voren op momenten waarop Anouk zelf juist probeert vol te houden, zich aan te passen en aanwezig te blijven.

Wat mij betreft mag er meer begrip komen voor allebei. Voor IFS, omdat innerlijke delen iets heel menselijks zichtbaar maken. En voor structurele dissociatie, omdat het laat zien hoe ver een menselijk systeem kan gaan om te overleven.

Puck heeft onverwachte talenten

Anouks verhaal eindigt gelukkig niet bij de lunchroom. Ze heeft veel aan Caleidoscoop, de landelijke patiëntenvereniging voor mensen met dissociatieve klachten. Daar vindt ze herkenning bij mensen die begrijpen hoe het is om met delen te leven.

Inmiddels werkt Anouk aan iets nieuws. Ze schrijft kinderboeken, en Puck schildert de illustraties. Elke week gaat ze naar een open atelier om daaraan te werken. Daar hoeft Puck niet verstopt te worden of per ongeluk naar buiten te komen op een moment waarop niemand haar begrijpt. Daar mag ze juist zichtbaar zijn.

En langzaam ontdekt Anouk dat Puck niet alleen een deel is dat bescherming nodig heeft. Puck heeft ook talent. Verbeelding. Kleur. Een eigen manier van kijken die niemand anders zomaar kan namaken.

Misschien raken innerlijke delen ons juist daarom zo. Ze laten zien dat een mens geen glad, eenduidig geheel is, maar een levend innerlijk landschap. Met kamers die openstaan, kamers die gesloten bleven, stemmen die beschermen, stemmen die verlangen, en delen die ooit zijn ontstaan om iets te dragen wat op dat moment te veel was.

In die delen zie je hoe breekbaar we zijn. En hoe ongelooflijk krachtig.

Hi, I’m Nicole

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *