“Ik dacht dat het de alcohol was,” zei ze verschrikt.

Ze keek me aan met grote ogen, alsof ze zelf ook net pas hoorde wat ze zei.

“Dat dacht ik echt. Ik dacht dat ik soms niets meer van een avond wist doordat ik te veel had gedronken.”

Ze vertelde hoe dat meestal ging. Ze dronk iets. Belde een vriend. Ze praatten. Het werd persoonlijk, soms emotioneel. Misschien dronken ze nog wat. “En daarna weet ik ineens niets meer.”

Eerst leek dat nog logisch. Vroeger gebeurde het pas na meer dan zes glazen. Dan kon ze zichzelf nog vertellen dat ze gewoon minder moest drinken. Maar de laatste tijd klopte dat verhaal niet meer.

“Soms gebeurde het al na twee of drie glazen,” zei ze. “En nu… nu is het zelfs gebeurd zonder dat ik iets had gedronken.”

Ze was alleen thuis geweest. Ze had wel het plan gehad om iets te gaan halen. Ze was zelfs al onderweg naar de supermarkt. “Ik weet nog dat ik dacht: yes, ik ga een leuke avond tegemoet.”

Daarna werd het leeg.

De volgende ochtend werd ze wakker met alleen wat vage flitsen. Fragmenten. Geen samenhangend verhaal.

Ik keek haar aan. “Dat is bijzonder,” zei ik voorzichtig. “Misschien is de alcohol dan niet de hele verklaring.”

Ze haalde haar schouders op. “Ik weet het niet. Er kan niets in mijn eten hebben gezeten. Ik was gewoon alleen. En het komt vaker terug.”

“Goh,” zei ik, “dat is toch best opmerkelijk. Misschien is het goed om daar eens echt met een professional over te praten. Misschien kan je je huisarts er eens naar vragen.”

“Ja,” zei ze. “Ik denk dat ik dat ga doen.”

Ik vroeg nog even door. “Weet je dan echt niets meer van die momenten? Of kan je misschien nog iets terughalen?”

Ze dacht even na. “Nou ja… soms wel. Via mijn telefoon bijvoorbeeld. Of doordat ik zie waar ik geweest ben.”

“Misschien kan je daar iets mee,” zei ik. “Misschien kan je jezelf opnemen. Of iets opschrijven. Gewoon als experiment.”

Ze knikte.

Een paar weken later stond ze opnieuw voor mijn deur.

“Het is gelukt,” zei ze.

Ik keek haar vragend aan. “Ik heb een opname gemaakt.”

Ze glimlachte nerveus. “Niet van de hele avond. Maar de eerste twee uur wel. Daarna is de batterij van mijn telefoon leeggegaan. Blijkbaar heeft hij nog een hele tijd opgenomen voordat dat gebeurde.”

“Wat goed,” zei ik. “Dat is eigenlijk best een doorbraak.”

Ik merkte dat ik nieuwsgierig werd. “Heb je hem al teruggeluisterd?”

Ze schudde haar hoofd. “Nee.” Ze keek naar de grond. “Ik durf niet.”

Er viel even een stilte. “Eigenlijk voel ik me nu al ongemakkelijk terwijl ik erover praat. Elke keer als ik eraan denk, komt er iets over me heen. Een soort kou. Alsof ik van binnen begin te sidderen. Gewoon een heel naar gevoel.”

Ik knikte. “Wil je eerst een kop thee?”

Dat wilde ze wel.

Toen ik even later terugkwam met twee dampende mokken en weer ging zitten, vroeg ik: “Dat gevoel dat je beschrijft… die kou, dat sidderen… zou dat schaamte kunnen zijn?”

Ze keek me aan.

Ik ging verder. “Alsof er misschien een deel van jou naar voren komt op die momenten. En dat er ook een ander deel is dat liever niet wil dat iemand dat ziet.”

Ze knikte vrijwel direct. “Ja.” Even bleef ze stil. “Ja, ik denk dat dat het is.”

Ze pakte haar mok vast. “Maar ik wil er niet meer voor weglopen. Ik wil hem wel luisteren.”

Toen aarzelde ze. “Alleen… zou jij misschien eerst een stukje willen luisteren?”

Ik moest lachen. “Dat voelt wel als een hele eer.” Maar tegelijk voelde het ook ongemakkelijk. “Het voelt ook een beetje voyeuristisch. Alsof ik naar iets heel persoonlijks kijk waar jij zelf nog niet naar durft te kijken.”

“Dat snap ik.”

Ik dacht even na. “Oké. Ik luister eerst een klein stukje. Maar dan beloof jij dat je daarna met me meeluistert.”

Ze knikte. “Deal.”

Voordat we begonnen gaf ik haar nog een tip die mij zelf vaak helpt. “Als ik iets moet terugluisteren waar veel schaamte op zit, dan zet ik het vaak op anderhalf of twee keer snelheid.”

Ze keek verbaasd. “Echt?”

“Ja. Op de een of andere manier blijft de emotie dan minder plakken. Je luistert meer naar de grote lijnen dan naar elk detail. Het voelt minder alsof je midden in de ervaring zit en meer alsof je er van een afstandje naar kijkt.”

Dat leek haar wel wat.

Dus zo deden we het. Eerst luisterde ik zelf een stukje. Gewoon om te kijken of er iets gebeurde waar we rekening mee moesten houden.

Maar al snel bleek dat mee te vallen. Sterker nog: het deel van zichzelf waar ze zo bang voor was, bleek helemaal niet eng.

Het was een beetje excentriek misschien. Emotioneel. Zoekend. Soms verdrietig. Soms eenzaam. Maar vooral opvallend authentiek.

Eigenlijk hoorde ik vooral iemand die graag gezien wilde worden. Iemand die zich vrijer uitte dan ze normaal durfde.

Daarna luisterden we samen. Eerst versneld. Later ook enkele stukjes op normale snelheid. Niet veel. Niet de hele opname. Gewoon kleine stukjes tegelijk.

Even luisteren. Even voelen. Even erbij blijven.

Precies zoveel als ze op dat moment kon verdragen.

Langzaam gebeurde er iets in de kamer. In het begin hing er veel spanning. Alsof we samen aan de rand van iets gevaarlijks stonden. Maar na verloop van tijd leek die spanning weg te glijden.

Alsof de kou langzaam uit de ruimte trok. Alsof we ontdekten dat er achter al die angst niet iets verschrikkelijks verborgen zat. Maar gewoon een mens.

Een mens die gezien wilde worden.

Later vertelde ze dat zij dat ook zo had ervaren. Dat het op een gegeven moment ineens gewoon goed was.

Ze keek me rustig aan. Voor het eerst die middag zat er iets zachts in haar gezicht.

“Ik denk,” zei ze, “dat ik die alcohol ook niet meer zo vaak nodig heb.” Ze glimlachte een beetje. “Tenminste, niet elk weekend.”

Ik glimlachte terug.

“Ik hoop dat ik nu voortaan ook iets dichter bij dat deel in de buurt kan komen,” zei ze, “zonder dat ik er meteen een heel spektakel van hoef te maken.”

Hi, I’m Nicole

One Comment

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *