“Wat vind je zelf het moeilijkste?” vroeg ik aan Lars. “Dat het plan mislukt, of dat je weer moet toegeven dat het niet is geworden wat je beloofde?”

Hij zweeg. De stilte duurde lang genoeg om het antwoord al te voelen.

“Dat tweede,” zei hij uiteindelijk.

Een plan dat strandt is pijnlijk, maar jezelf opnieuw tegenkomen als iemand die wel start maar nooit finisht, is destructief. Dan gaat het niet meer over een project. Dan gaat het over wie je denkt te zijn. Over schaamte. Over de angst dat je een eeuwige dromer bent die nooit echt landt.

“Je had het toch helemaal voor ogen?”

Lars knikte. “Ja. Dat is misschien precies het probleem. Ik zie het al helemaal voor me. En dan komt het toch weer niet van de grond.”

In zijn blik zag ik een vonnis dat hij al over zichzelf had uitgesproken. Weer een groot idee. Weer een toekomst die even heel dichtbij voelde, maar nooit werkelijk begon. Ik bewonderde zijn ondernemende geest en zijn vermogen om, zelfs als hij aan de grond zat, weer een nieuwe mogelijkheid te zien. Dat is een kracht. Sommige mensen overleven niet door rustiger te worden, maar door weer een plan te maken dat groter is dan de plek waar ze op dat moment in vastzitten.

Maar precies daar zit de schaduw.

De droom als schuilplaats

De schaduw is niet dat je groot droomt. De schaduw is dat de droom soms zo groot wordt, dat hij de werkelijkheid niet meer hoeft aan te raken.

In je hoofd staat het bouwwerk er al. De methode, de website, het boek, de impact die je gaat maken. Het is af. Het is perfect. Alleen de ingang ontbreekt nog.

Lars liep niet vast omdat hij lui was of geen talent had. Juist niet. Hij had een enorme verbeeldingskracht; hij zag complete systemen voor zich voordat een ander de kern begreep. Maar iets van de grond krijgen vraagt een heel andere vaardigheid dan visie. Het vraagt om het verdragen van de rommelige praktijk. Kleine stappen. Een afspraak maken. Feedback incasseren. Iets durven maken dat in het begin nog maar ‘half-goed’ is.

Als het in je hoofd al gelukt is

Ik zie het vaker: mensen die zó sterk in hun droom geloven, dat ze erover praten alsof het al werkelijkheid is. Praten over het project geeft de dopamine van de winst, zonder de zweetdruppels van de inspanning.

Bij Lars hoorde je in zijn enthousiasme ook een enorme opluchting. Als hij over zijn plannen vertelde, was hij even niet meer de man die vastliep, maar de man die eindelijk wist waar hij naartoe ging. Zijn stem werd steviger. Zijn blik reikte verder.

Dat geloof is nodig om in beweging te komen, maar het is ook een valstrik. De droom wordt zo bevredigend dat de uitvoering een achteruitgang voelt. Want in de werkelijkheid is het begin altijd klein, traag en kwetsbaar. En wie al een kathedraal in zijn hoofd heeft, heeft vaak geen geduld voor het leggen van de eerste steen.

De bubbel die niemand doorprikt

Soms wordt de droom een bubbel. Kritische vragen worden gezien als negativiteit of jaloezie. Lars heeft zo’n periode gehad. Hij was zo overtuigd van zijn eigen gelijk dat hij nauwelijks nog sliep en steeds verder vooruitliep op iets wat er nog niet was.

Zijn omgeving moest ingrijpen. Niet om zijn droom af te pakken, maar omdat ze zagen dat hij zichzelf kwijtraakte in zijn eigen verhaal. Dat was pijnlijk. Voor hem, omdat hij zich onbegrepen voelde. Voor hen, omdat ze niet de eeuwige rem wilden zijn.

Tegengas is nodig. Niet omdat grote ideeën verkeerd zijn, maar omdat ze scheef groeien als er geen realiteit meer naast staat. Een droom heeft lucht nodig om te ademen, maar grond om op te staan. Zonder die grond wordt de lucht op een gegeven moment te ijdel.

De drie schaduwen

Ik zie hier drie schaduwen die altijd met elkaar verbonden zijn:

  • De schaduw van de Dromer: Degene die zo sterk in het eindbeeld gelooft dat hij de kleine, noodzakelijke stappen overslaat. De droom wordt een vluchtroute voor de modder van alledag.
  • De schaduw van de Meebeweger: Degene die de ander in de bubbel laat uit angst om te kwetsen. Je kijkt toe hoe de ballon opstijgt, wetende dat de landing hard zal zijn.
  • De schaduw van de Doorprikker: Degene die elke illusie meteen wil ontmaskeren. Je hebt misschien gelijk, maar in je drang naar realisme vernietig je de hoop die nodig is om überhaupt op te staan.

Ik wil zelf helemaal niet die nuchtere stem zijn die iemand waarschuwt terwijl hij net aan het vliegen is. Ik ben liever de bouwer, de creatieveling. Maar juist omdat een droom waardevol is, heeft hij iemand nodig die vraagt: “Wat is nu een goede eerste stap?”

Niet om de droom kleiner te maken, maar om hem dichterbij te brengen. Wat kun je deze week doen? Welke actie helpt je om de grond onder je voeten weer te voelen?

Grote dromen zijn het probleem niet. Zonder dromen wordt alles veilig en voorspelbaar. Maar een droom die de grond nooit raakt, wordt een gevangenis. En realisme zonder liefde maakt alles kapot. De kunst is om te durven vliegen, zonder de zwaartekracht te ontkennen.

In welke schaduw herken jij jezelf het meest? Ben jij degene die de droom bouwt, degene die meebeweegt, of degene die de bubbel wil doorprikken?


Verder lezen?

Hi, I’m Nicole

One Comment

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *