De innerlijke criticus wijst je de weg

Het mooie aan de innerlijke criticus is dat hij je vaak precies de goede kant op wijst. Alleen niet op de manier die je denkt.
Je moet niet doen wat hij zegt. Je moet zijn kritiek niet zomaar geloven. Je moet je niet door hem laten wegjagen. Maar op het moment dat je voelt dat je innerlijke criticus in opstand komt, gebeurt er meestal iets interessants.
Hij zegt dat je te veel bent. Dat je egoïstisch bent. Dat je je aanstelt. Dat je belachelijk doet. Dat je moet stoppen, normaal moet doen, jezelf niet zo serieus moet nemen.
En precies daar wordt het interessant.
Want vaak komt die kritiek niet op wanneer je totaal verkeerd bezig bent, maar wanneer je in de buurt komt van iets kwetsbaars. Iets wat lang weggestopt is. Iets wat ooit niet welkom was. Iets wat je hebt leren verbergen, onderdrukken of wegredeneren.
De innerlijke criticus probeert je daar weg te houden.
De criticus als beschermer
Je kunt de innerlijke criticus zien als een beschermend deel. Niet als je diepste waarheid, maar als een oude overlevingsstrategie. Hij probeert te voorkomen dat je schaamte voelt, afgewezen wordt, te veel ruimte inneemt of opnieuw gekwetst raakt.
Alleen doet hij dat op een harde manier.
Hij houdt je klein voordat iemand anders dat kan doen. Hij beschaamt je alvast, zodat je niet door een ander beschaamd hoeft te worden. Hij zegt dat je moet stoppen, omdat hij denkt dat stoppen veiliger is dan zichtbaar worden.
Dat maakt hem niet slecht. Ook de innerlijke criticus is een deel dat ooit ergens voor nodig was. Maar dat betekent niet dat je hem moet geloven.
Geef niet op, geef een beetje gas bij
Als ik merk dat mijn innerlijke criticus begint te roepen, probeer ik dat steeds vaker te zien als een signaal. Niet als bewijs dat ik fout zit, maar als aanwijzing dat ik ergens dicht bij kom.
Dan geef ik meestal een klein beetje extra gas bij.
Niet te veel. Niet forceren. Niet over mijn eigen grenzen heen duwen. Maar ook niet meteen terugdeinzen omdat er ongemak, schaamte of zelfkritiek opkomt.
Juist op zo’n moment probeer ik te blijven kijken. Nog één vraag te stellen. Nog één laagje nieuwsgierigheid toe te laten. Nog even niet weg te gaan.
En ergens kan ik dan zelfs trots zijn.
Trots dat ik het ongemak durf te verdragen. Trots dat ik niet automatisch gehoorzaam aan de stem die zegt dat ik moet stoppen. Trots dat ik een kwetsbaar deel van mezelf niet opnieuw in de steek laat.
Ongemak is geen bewijs dat je verkeerd zit
Bij schaduwwerk is het verleidelijk om ongemak te zien als waarschuwing. Als je schaamte voelt, denk je al snel dat je iets verkeerds ontdekt hebt. Als je schuldgevoel voelt, denk je misschien dat je jezelf moet corrigeren. Als je innerlijke criticus hard wordt, lijkt het alsof hij de waarheid spreekt.
Maar ongemak betekent niet automatisch dat je verkeerd zit.
Soms betekent ongemak juist dat je iets nadert wat belangrijk is. Een deel van jezelf dat ooit is afgewezen. Een verlangen dat je niet mocht hebben. Een behoefte die te veel leek. Een emotie die gevaarlijk voelde. Een eigenschap die niet paste bij het beeld dat je van jezelf moest hebben.
Daarom is de innerlijke criticus, hoe vervelend ook, bruikbaar materiaal. Hij vertelt je waar de spanning zit. Hij wijst naar de plekken waar nog schaamte, angst of oude afwijzing opgeslagen ligt.
Niet alles hoeft in één keer. Je hoeft niet meteen diep te graven of alles open te trekken. Maar je kunt wel leren denken: interessant, hier gebeurt iets.
Geloof de zelfkritiek niet zomaar
Dat is misschien de belangrijkste afspraak die je met jezelf moet maken voordat je met schaduwwerk begint: alle delen zijn welkom, maar zelfkritiek geloof ik niet zomaar.
Ook kritische delen mogen er zijn. Ook zij hebben een functie. Ook zij verdienen nieuwsgierigheid. Maar je hoeft niet mee te gaan in hun oordeel.
Je kunt luisteren zonder te gehoorzamen.
Je kunt onderzoeken zonder jezelf af te branden.
Je kunt erkennen dat een deel bang is, zonder te geloven dat jij werkelijk belachelijk, egoïstisch, zwak of verkeerd bent.
Dat verschil is essentieel. Anders wordt schaduwwerk alsnog een nieuwe vorm van zelfaanval. Dan ben je niet aan het ontdekken wat er in jou leeft, maar gebruik je elk nieuw inzicht als extra bewijs tegen jezelf.
Je echte stem klinkt anders
Zelfkritiek voelt soms overtuigend. Juist omdat die stem zo stellig is, lijkt hij waar. Maar je innerlijke criticus is niet hetzelfde als je authentieke stem.
Je eigen innerlijke stem is meestal veel kalmer. Nieuwsgieriger. Moediger. Compassievoller. Die stem kan ook eerlijk zijn, maar hoeft je niet te vernederen. Die stem kan zeggen dat iets aandacht nodig heeft, zonder je kapot te maken.
Een authentieke stem breekt niet af om iets duidelijk te maken.
Daarom kun je tijdens schaduwwerk steeds opnieuw terugkeren naar deze afspraak: wat ik ook tegenkom, ik veroordeel het niet meteen.
Alle delen zijn welkom. Ook de ongemakkelijke delen. Ook de beschamende delen. Ook de kritische delen. Maar de kritiek zelf hoef je niet te geloven.
En soms mag je zelfs even glimlachen wanneer je innerlijke criticus weer iets naars roept. Niet omdat het fijn is, maar omdat je weet wat het betekent.
Je bent niet verkeerd bezig. Je bent waarschijnlijk onderweg naar iets wat eindelijk gezien wil worden.
Mooi en als iedereen welkom dan wordt het een grote familie.